Padel speel je op een omsloten baan, meestal met vier personen. De telling lijkt op tennis, maar de muren horen bij het spel. Deze uitleg volgt het reglement van de International Padel Federation (FIP), met als toepassingsdatum 1 januari 2026. Een club kan een andere telling afspreken. Vraag dat voor je begint.
De baan en het net
De baan is een rechthoek van 10 meter breed en 20 meter lang, gemeten aan de binnenkant. Het net deelt de baan in tweeën. Het is in het midden 0,88 meter hoog en aan de zijkanten 0,92 meter. De opslaglijnen liggen aan elke kant op 6,95 meter van het net.
De baan is helemaal omsloten. Aan de achterkant is de wand de eerste 3 meter muur, van glas of een ander materiaal, en daarboven gaas, tot een totale hoogte van 4 meter. De zijkanten hebben varianten met muur en gaas. De vloer mag cement, kunststof of kunstgras zijn, als de bal regelmatig stuitert.
Een vrije hoogte van minstens 6 meter is verplicht. Voor nieuwe banen raadt de FIP 8 meter aan. Buiten adviseert de FIP om de lengte van de baan noord-zuid te leggen, met een kleine speling naar noordoost of noordwest. Het reglement heeft geen aparte telling voor binnen of buiten.
De telling
De gewone telling in het reglement is advantage. Het eerste punt is 15, het tweede 30, het derde 40 en het vierde game. Staan beide koppels op 40, dan is het deuce. Daarna moet een koppel twee punten op rij winnen: eerst advantage, daarna de game. Verlies je het punt op advantage, dan is het weer deuce.
Een set gaat naar het eerste koppel dat 6 games wint met minstens 2 games verschil. Bij 6-6 komt er een tie-break. Die telt 0, 1, 2, enzovoort. Het eerste koppel met 7 punten en 2 punten verschil wint de tie-break en dus de set. Een wedstrijd is naar twee gewonnen sets.
Hetzelfde reglement noemt ook andere tellingen. Bij star point speel je op deuce eerst twee keer advantage. Lukt dat niet, dan beslist één punt, de star point. Het ontvangende koppel kiest links of rechts en wisselt niet van plek. Bij golden point wordt op 40-40 meteen één beslissend punt gespeeld, ook dan kiest de ontvanger de kant. Welke telling jouw club gebruikt, staat niet in het reglement vast. Op een toernooi hoor je dat van tevoren.
Opslaan
Elk punt begint met een opslag. Is de eerste opslag fout, dan mag je nog een keer. Je staat met een voet achter de opslaglijn, tussen de denkbeeldige middenlijn en de zijwand, tot de bal weg is. Je laat de bal eerst stuiteren in het eigen vak. De bal mag de opslaglijn of de middenlijn niet over voordat je hem raakt. Op het moment van raken is de bal op of onder taillehoogte, en minstens één voet raakt de grond.
De opslag gaat diagonaal naar het servicevak van de ontvanger en moet daar stuiteren. Je begint rechts, daarna links, en zo verder. De ontvanger moet redelijk klaarstaan. Als hij al een poging doet om de bal terug te slaan, kan hij niet meer zeggen dat hij niet klaar was.
De muur en een verloren punt
De bal is in het spel vanaf een geldige opslag. Na een stuit in het vak van de tegenstander mag de bal de binnenkant van de muur, het gaas, de grond, het net of de netpalen raken. Je moet hem terughalen vóór de tweede stuit.
Een correcte return mag direct in het andere vak stuiteren, of eerst de eigen muur raken en daarna in het vak van de tegenstander landen. Stuitert de bal bij de tegenstander en raakt daarna het gaas of een muur, dan is dat ook goed. Raakt de bal het net en landt hij daarna in het goede vak, dan telt de slag.
Je verliest het punt onder meer als de bal een tweede keer stuitert voordat je hem speelt, als je de bal twee keer raakt, als beide spelers van een koppel de bal spelen, of als je twee foute opslagen achter elkaar slaat. Ook een bal die na jouw slag zonder stuit de muur of het gaas van de tegenstander raakt, is fout. Het reglement beschrijft daarnaast uitloop buiten de baan. Dat is voor een eerste uur minder belangrijk dan de tweede stuit en de muur ná de stuit.
Racket en polsbandje
Het racket heeft een kop en een handvat. De totale lengte is hoogstens 45,5 centimeter. Het handvat is hoogstens 20 centimeter lang. In het blad zitten gaten. Een niet-elastisch koord van hoogstens 35 centimeter zit aan het handvat en gaat om de pols. Dat koord is verplicht. Breekt het koord of laat je het racket vallen, dan verlies je volgens het reglement het punt dat bezig is.
Meer over wat het reglement wel en niet voorschrijft bij de aankoop staat in welk padelracket kiezen. Het verschil met pickleball, waar geen muren meespelen, staat in padel en pickleball.
Waar je het zelf ziet
In de gids staan banen per plaats, bijvoorbeeld padel in Amsterdam en padel in Rotterdam. B. Amsterdam Padel schrijft dat de banen overdekt zijn, zodat regen een partij niet afzegt. Wat een uur kost, verschilt per club en tijdstip. Dat staat in wat kost padellen.
Bronnen
- Rules of Padel, International Padel Federation, PDF met toepassingsdatum 1 januari 2026, geraadpleegd op 25 oktober 2026. Baan, net, telling, opslag, bal in het spel, verloren punt, correcte return en racket.
- B. Amsterdam Padel, geraadpleegd op 25 oktober 2026. Overdekte banen en een racket bij de balie.
Laatst bijgewerkt: 25 oktober 2026.
Veelgestelde vragen
Met hoeveel mensen speel je padel?
Het FIP-reglement beschrijft het spel als een partij tussen twee koppels. De bal wordt om de beurt door elk koppel gespeeld. Enkelspel bestaat, maar een gewone baan is voor vier spelers.
Mag de bal tegen de muur?
Ja, als de bal eerst goed in het vak van de tegenstander stuitert. Daarna mag hij de muur of het gaas raken. Een tweede stuit op de grond is te laat.
Moet ik een eigen racket hebben?
Nee. Het reglement zegt welk racket is toegestaan en dat het polsbandje vastzit. Huren kan bij een club. Bij B. Amsterdam Padel haal je een racket bij de balie.